Is hulpverlening blind voor ouderverstoting ? Mechanismen ‘achter’ de dossiers

Bijgewerkt: 4 jan 2019


Inleiding :

Het lijkt niet te begrijpen hoe wereldwijd miljoenen problematieken van oudervervreemding / ouderverstoting onder de radar blijven. Hoe het komt dat, ondanks de steeds terugkerende (zelfde) vervreemdingsstrategieën, dit probleem door de hulpverlener niet wordt (h)erkend ?


Hieronder start ik met een voorbeeld, het leven van Bram. Van hieruit kom ik tot mijn kernvraag : ‘hoe komt het dat hulpverlening blind is voor ouderverstoting’ ? Ik neem hierbij de stelling aan dat hulpverleners uitgaan van een ‘vechtscheiding’ en de psychopathie bij de zieke ouder niet (h)erkennen. Men denkt dan dat het probleem zal ophouden te bestaan als de ‘strijd’, het ‘gevecht’ tussen de ouders stopt. Ik leg het verloop achter de dossiers uit aan de hand van 2 stappen, waarbinnen zich telkens een aantal mechanismen voordoen. Aan de hand van deze stappen en mechanismen leg ik uit waardoor hulpverlening zo blind en ondeskundig lijkt. Ik eindig met de vraag of het scheiden van een psychisch zieke partner eigenlijk wel onder de categorie ‘vechtscheiding’ past. Hierbij neem ik de stelling in dat zolang hulpverlening hierin geen expertise ontwikkelt het probleem zal blijven voortbestaan. Met alle gevolgen van dien.


Situatieschets :

Bram ondergaat de vervreemdingsmechanismen (naar Amy Baker, zie mijn blog https://www.steunpuntouderverstoting.com/blog/het-herkennen-van-ouderverstoting-levensbelangrijk ) vanaf zijn geboorte, dus van voor het uiteengaan van zijn ouders. Zijn vader ging jaren gebukt onder partnergeweld en toen Bram 3 jaar was gingen zijn ouders uit elkaar. Er is gedeeld verblijf uitgesproken door de rechtbank. Moeder, zelf slachtoffer van kindermishandeling en -verwaarlozing, bleef de vervreemdingsmechanismen hanteren. Dag na dag, jaar na jaar. Reeds van bij de geboorte hoort Bram dat vader niet van hem houdt, dat enkel mama van hem houdt. De moeder van Bram betrekt hem in allerlei volwassen zorgen, neemt hem als vertrouwensfiguur, en legt ook haarfijn uit wat er allemaal in de rechtbank gebeurt. De omgeving van vader is slecht : zijn andere kinderen, zijn nieuwe partner, de buurt waar papa is gaan wonen, … .


Resultaat ? Bram, nu 12 jaar, voelt zich in de kern niet geliefd door zijn vader, stelt doorheen de tijd steeds meer fysiek en verbaal agressief gedrag, dreigt reeds jaren (o.a. met het vermoorden van vader / stiefmoeder), ervaart elke keuze van zijn vader als een bewijs van niet-graag-zien (vb. vakantieopvang, een hobby zoeken, de reisbestemming, de cadeautjes, …). Bram ziet geesten die hem opdrachten geven.


Het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) vindt de toestand van Bram en zijn zussen onrustwekkend en gaat hierbij niet uit van een vechtscheiding. Het CGG had gedurende jaren zeer veel gesprekken met Bram, en doorprikte de ‘waarheid’ die hij bracht.


Tot de jeugdrechtbank werd ingeschakeld, die een onderzoek door een Onthaal-, Oriëntatie- en Observatiecentrum (OOOC) beval.


De consulente gaf bij aanvang van het onderzoek door dat het een vechtscheiding is en dat de ouders moeten stoppen met strijden (de aanmelder, het CGG, die reeds jaren met Bram en zijn ouders werkt, heeft het duidelijk niet over een vechtscheiding), dat het OOOC niet mocht kijken naar het verleden én dat ze niets wou horen over ouderverstoting ??? Hiermee ging het OOOC aan de slag. Het eindverslag en de machteloosheid van Brams vader zette mij aan om deze blog te schrijven. In naam van de zovele ouders die hetzelfde meemaken.


Mijn vraagstelling is namelijk de volgende : hoe komt het dat :

- Hulpverlening de kern van het probleem niet vat ?

- Een geesteszieke ouder zomaar door alle mazen van het net glipt en zonder veel moeite als goede ouder wordt bestempeld ? Terwijl de gezonde ouder (aangeslagen en gepijnigd door het jarenlange geweld) gecatalogeerd wordt als ongeschikt en / of ouder die moet ophouden te strijden ?

- Rechters geen krachtig signaal geven tegen het tekort aan deskundigheid binnen het werkveld van de hulpverlening ?


Mijn stelling is dat hulpverlening te snel uitgaat van een ‘vechtscheiding’ en dat kinderen met een bepaalde aandoening en / of kinderen van een ouder met psychopathie op die manier een vogel voor de kat zijn tijdens echtscheidingen. De hulpverlener bekijkt de ware problematiek niet meer, maar hangt deze op aan de vlag ‘vechtscheiding’ en maant de beide ouders aan te stoppen met strijden.


We dienen eerst in te gaan op de term ‘psychopathie’.

Vooreerst, voor alle duidelijkheid, heb ik het niet over de eerste vecht- of vluchtreacties na echtscheiding. Ieder van ons stelt bizar gedrag bij het gekwetst, verlaten, boos, angstig, … gevoel dat een relatiebreuk met zich mee kan brengen. Ik weet dat er een heel arsenaal aan termen in omloop is waarmee de ex-partner vaak omschreven wordt. Het is mijn overtuiging dat deze praktijk het onderzoek naar geesteszieke ouders na echtscheiding bemoeilijkt. De hulpverlener dreigt al van op voorhand elke casus over dezelfde kam te scheren. Namelijk dat de (psychisch gezonde) ouder zijn ongerustheid gewoon uit als een strijd, of als een teken van onverwerkt verleden.


Psychopathie wordt gekenmerkt door emotionele oppervlakkigheid : afwezigheid van empathie en schuldgevoel. De persoon is niet in staat tot echte emotionele hechting, heeft een probleem met de gewetensvorming door een trauma in de vroege kindertijd. Hij zet een zogenaamd masker op, laat mensen niet toe, maar vertoont voor de buitenwereld perfect normaal gedrag.


Mensen met persoonlijkheidsproblematieken doen zich vaak zeer charmant en vriendelijk voor, hebben een hoge eigenwaarde (zo lijkt het althans), zeggen zomaar dingen (los van de waarheid), zijn manipulatief, lijken beheerst, ervaren geen schuldgevoelens bij wat ze doen en zeggen, hebben weinig emotionele diepgang (ook al doen ze zich niet zo voor), hebben weinig empathie (kunnen wel empathie 'spelen'), … .


Wat gebeurt er als de hulpverlening in contact komt met de psychisch zieke ouder ? In wat volgt probeer ik antwoord te geven op de oorzaken waardoor de hulpverlener blind lijkt te zijn voor ouderverstoting / oudervervreemding bij aanwezigheid van een psychisch zieke ouder. Ik maak een beschrijving van de mechanismen achter de dossiers :


STAP 1 :


- Hulpverleners hebben weinig competenties om psychopathie te (h)erkennen. Zij hebben daarenboven vaak onvoldoende besef van de complexiteit en de gelaagdheid van de problematiek waarmee zij te maken krijgen. De hulpverleners hebben vaak onvoldoende inzicht in psychische mechanismen bij mishandeling, partnergeweld, trauma, loyaliteiten, … .

Symptoomgedrag bij en uitspraken van de kinderen worden door de hulpverlener dan onvoldoende (h)erkend als gevolgen van het gedrag van de zieke ouder (vervreemdingsmechanismen).


- De psychopaat kan geweldig inspelen op de behoeften van de hulpverlener. Hij kan naadloos aanvoelen wat de hulpverlener wil horen en speelt hierop in. Op die manier palmt hij de hulpverlener in.


- De hulpverlener ziet een perfecte, mooie band tussen de zieke ouder en het kind. Het kind lijkt gezond gehecht aan de ouder, terwijl de ziekmakende strategieën hem vervreemden van de gezonde ouder én hem weerhouden in de ontwikkeling van zijn eigenheid.

Steve Miller geeft aan dat enkel specialisten die deze ziekelijke band vaak zien, deze kunnen herkennen. Het vraagt nl. een contra-intuïtief denken, tegenstrijdig aan wat de hulpverlener heeft aangeleerd.


- Om manipulaties goed te doorzien, heeft men langdurig contact nodig. Contacten met hulpverleners zijn vaak beperkt in tijd, er is hoge dossierlast, en de hulpverlener duikt zelden in de diepte tijdens de contacten. Niet in het verleden, noch in de diepte duiken is uiteraard zeer handig voor de cliënt die de diepte vermijdt.


- Om manipulaties te doorprikken dient men waarheidsvinding toe te laten. De hulpverlener zet waarheidsvinding door de gezonde ouder naast zich neer én ziet dit als een teken van rancune. Hij bestraft dit gedrag van de gezonde ouder. In de plaats hiervan noteert de hulpverlener allerlei meningen zonder fundering – alsof deze de waarheid omvatten. De hulpverlener verlaat de ‘feitelijke werkelijkheid’, wat uiteraard helemaal in de kaart speelt van de zieke ouder.


- Men gebruikt zelfrapportage door de ouders tijdens de gesprekken met de ouders. Psychopaten praten maar, verklaren zomaar dingen, vertellen de zaken die de hulpverlener wil horen, kunnen gewetenloos liegen. De geesteszieke ouder doet zich tijdens die gesprekken voor als zeer gezonde en bezorgde ouder.


- Bij bevraging van het kind gaat men verder met de psychologische waarheid van het kind. Men heeft hierbij geen inzicht in de dynamiek van de buikspreker en de pop. Bij ouderverstoting neemt het kind de ideeën van de zieke ouder over, en uit het die ideeën alsof ze volledig van hemzelf komen. Het lijkt alsof de pop (het kind) praat, maar in werkelijkheid praat de buikspreker (de zieke ouder). Ik verwijs hiervoor naar https://www.steunpuntouderverstoting.com/blog/de-buikspreker-en-de-pop. Kinderen ontwikkelen zelfs valse herinneringen.


- Foutief begrip van de term ouderverstoting of oudervervreemding. In sommige situaties (h)erkent de hulpverlener het probleem wel, maar wenst hij de diagnose niet te stellen vanuit de verkeerde betekenis die hij aan het begrip geeft. Hij gaat er dan van uit dat ouderverstoting / oudervervreemding inhoudt dat het kind ‘de dader’ is, dat het kind ‘intentioneel’ handelt. Deze redenering, om van hieruit de diagnose niet te stellen, stoelt op geen enkel wetenschappelijk argument. Ouderverstoting / oudervervreemding is een verdedigingsmechanisme van het kind, om te overleven in een onleefbare situatie die het loyaliteitsconflict met zich meebrengt. Het wordt ook gespleten loyaliteit genoemd (zie Nagy). Uiteraard is het kind hier geen dader en handelt hij niet intentioneel.


STAP 2 :


De ‘psychopathische omkering’ : (naar Jan Storms)


- De zieke ouder palmt de hulpverlener dusdanig in, is zeer sympathiek en vertelt/toont de zaken die de hulpverlener wil horen/zien. De relatie met de hulpverlener krijgt vlug een familiair karakter. De hulpverlener ‘wordt in vertrouwen genomen’. Er lijkt met de zieke ouder niets aan de hand te zijn.


- De gezonde ouder wordt reeds jarenlang vernederd, buiten spel gezet, … . en wil de problemen bespreken met de hulpverlener, wil zijn kinderen beschermen. De hulpverlener kan deze aangekaarte, ernstige problematiek niet begrijpen vanuit zijn contacten met de vriendelijke en sympathieke zieke ouder. Daarenboven laat hij de ernstige feiten niet toe in de gesprekken, want hij is ‘meerzijdig partijdig’. En ‘waarheidsvinding’ ? Daar doet hij niet aan mee.


- De hulpverlener vindt de gezonde ouder dus behoorlijk lastig, ervaart hem als iemand die ‘zijn verleden niet kan afsluiten’ (terwijl de verstoting zich in het heden voordoet), ‘de strijd aanhoudt’, ‘rigiditeit vertoont’, … .


- Vanaf dan is de omkering gebeurd : van psychopaat naar goede, zorgzame, beschermende ouder. De gezonde ouder ziet dan plots de hulpverlening, en in het verlengde ook de rechtbank tegen zich. Rechters krijgen op die manier nl. verkeerde informatie over de problematiek.


En bij Bram ?


Is hier sprake van een vechtscheiding ?

Een ‘vechtscheiding’ is mogelijk vanuit kwetsuren, vanuit grote verschillen in visie en opvoedingsstijlen, vanuit een gevoel verlaten te zijn door de partner en hierdoor een onrecht te zijn aangedaan, … .


Maar wat als men dient de scheiden van een psychisch zieke partner ? Wat als men dient te scheiden van een partner die jarenlang geweld pleegde binnen de relatie ? Wat als deze relatie zeer traumatiserend was ?

Vanwaar het idee dat een vechtscheiding steeds inhoudt dat de ouders ‘vechten’, ‘wederzijds geweld’ uitoefenen, de ‘strijd’ niet loslaten ? Deze stelling is op geen enkel wetenschappelijk onderzoek gebaseerd. Wat als één ouder dreigt, intimideert, controleert, het kind opzet, het kind ontvoert, … en de andere ouder zich tracht te verweren ?

Volgens Sietske Dijkstra vragen echtscheidingen met machtsongelijkheid en geweld in het verleden speciale aandacht. Wie van ons kan een ernstig onveiligheidsgevoel bij een persoon zomaar tussen haakjes plaatsen en doen alsof het niet bestaat ? (zie : http://www.sietske-dijkstra.nl/ )


Wat als het kind zelf psychische aandoeningen ontwikkelt ? KOPP-kinderen (kinderen van ouders met een psychiatrische problematiek) blijken bij gescheiden ouders dus niet te bestaan ? Want dan wordt plots alles door de zogenaamde ‘vechtscheiding’ veroorzaakt ?

Past zo’n scheiding überhaupt binnen de categorie ‘vechtscheiding’ ?

Zouden dit de scheidingen zijn waarbinnen vaak sprake is van ernstige ouderverstoting / oudervervreemding ? Pleegt de hulpverlening hier dan geen (uiteraard ongewild) geweld op de psychisch gezonde ouders en hun kinderen ?

Het toekomstperspectief binnen het huidig hulpverleningslandschap is uiterst somber. Vanuit de hulpverlening bekijkt men deze problematiek als een ‘vechtscheiding’ en zegt men dat de strijd moet stoppen. Het gevecht blijft misschien wel de drijfveer van de zieke ouder ? Vanuit de stoornis treft de zieke ouder – gewetenloos - de psychisch gezonde ouder in zijn/haar gevoelige plek : zijn/haar liefde voor de kinderen.


En Bram ?

Zijn papa is nu genoodzaakt om, zoals zoveel gezonde ouders, zijn zoon achter te laten.


En wie is hiervan het slachtoffer, naast de papa uiteraard ?

Juist, ja, vooral Bram zelf. Hij wordt gedwongen om op te groeien met een grondige hekel aan dat stukje van zichzelf dat ‘papa’ heet.


Bronnen :

- Steve Miller

- Sietske Dijkstra

- Jan Storms

- De papa van Bram, en de gelijkaardige getuigenissen van zovele ouders die hetzelfde meemaken

309 keer bekeken1 reactie

© 2018 by Steunpunt Ouderverstoting

Tel: 0468 176 179

Hoofdzetel Steunpunt Ouderverstoting: Evergem, Vlaanderen, België

  • Facebook Social Icon

Ondernemingsnummer: 0700.187.471